The reconstruction of the Contour II

Aanvulling:

In feite is de geschilderde uitgangspositie niet helemaal compleet. In werkelijkheid kan het startpunt natuurlijk ook buiten de gegeven figuur liggen en de vraag wordt dan, gegeven een uiteenvallend startpunt, waar houdt het dan op?
   Het houdt op, daar waar de waarnemer of het waarnemende apparaat zijn of haar fysieke begrenzing heeft. Dit is ook een reĆ«el, concreet gegeven in de verwerking van iets wat daar buiten is. Dus als we de uitgangssituatie adequaat weergeven, dan moet er iets bij n.l. een fysieke begrenzing en die kan er dan b.v. zo uitzien:
De buitenste contour of rechthoek staat voor de begrenzing, het "blikveld".
De volgende stap kan er dan als volgt uitzien:
We hebben nu in beide gevallen te maken met 4 punten. Het hadden er ook 2 kunnen zijn,afhankelijk van de brekingshoek:
Laten we van de 4 punten uitgaan, omdat het systeem eenvoudig kan vaststellen, dat er niets tussen de 2 punten te vinden is. De punten a en d zijn voor de waarnemer dus blikveldgrenspunten. De punten b en c zijn echte vastgestelde snijpunten met iets, dat daar buiten is. Wat het is weten we nog lang niet en misschien komen we er wel nooit achter! Het kan n.l. zo zijn, dat het te identificeren iets allang ons blikverd verlaten heeft of onze aandacht richt zich op totaal iets anders, waardoor de interactie tussen binnen en buiten verslapt.....
   Nu gaat het erom gezien vanuit een waarnemingseconomie een verstandige keus te maken. Verstandig: dit moet natuurlijk blijken en gestoeld op ervaring, maar laten we zeggen: we willen zo snel mogelijk weten wat dat daarbuiten is, of als we wat relaxter zijn geven we het wat meer tijd.

   Verschillende keuze's zijn nu mogelijk:
  • we gaan gewoon verder met alle lijnstukken dwz a-b, b-c,c-d.
  • we kiezen voor a-b, c-d, lekker dicht bij huis
  • of voor b-c
  • of voor a-b
  • of voor c-d

Iedere keus heeft zijn eigen konsequenties. Zo is de keus b-c in dit geval toevallig een goede, maar het kan ook anders:
dan zit je er precies middenin, dat wil overigens niet zeggen, dat dit geen adequate informatie kan opleveren.
   En zo levert het, als we alle punten vast willen houden, veel werk op.
Maar in het geval van een gesloten contour, die binnen in het blikveld ligt kunnen we zeggen, dat die van twee kanten benaderd kan worden n.l. van binnenuit b-c, of van buitenom a-b, c-d. Alleen dat weten we of dat weet het systeem op het moment van keuze zelf nog niet. Want als we dat wel zouden weten hadden we het ding al waargenomen. Dus er is nog een lange weg te gaan. Ik hoop alleen, dat middels deze voorbeelden en voortbouwend op het werk van Frans Coppelmans, men aanzetten ziet voor verdere ontwikkeling van het gegeven ten behoeve van ons allen.
  
 Terug
 Terug                                                                      Contact
Index