Strasser(1970) in zijn fenomenologie en empirische menskunde heeft ook iets over het inperken gezegd ivm de dialectiek: hij schrijft nl. dat het aantal oerevidenties aangaande de dialectiek beperkt is. Hij zegt dan wel niet hoe die beperking eruitziet of hoeveel oerevidenties er dan zijn, maar het mooie is wel, dat hij zich in feite ontworstelt aan de inhoud van de dialectiek(want hoe de dialectiek ook moge verlopen het blijft dialectiek) en komt zo in een voor hem absoluut nieuw gebied.
Dit gegeven lijkt op deze plaats in de context niet zo relevant maar het inperken, het beperkt zijn van iets, dat is van belang. Kijk maar naar alle spelen waar de mensheid zich in uitleeft...schaken voetbal, kaarten etc. Aan alle spelen ligt een beperking ten grondslag en niemand heeft daar problemen mee en zo ook met de muziek, gebaseerd op do, re, mi, fa, sol, la, si, do zoiets simpels, dat zoveel moois kan opleveren. Als mensheid staan we nu op het punt de universele spelregels te ontdekken, opdat we als mensen binnen een mensheid samen kunnen leven. En zo gaan de oerevidenties van Strasser en de paradoxen van Mulisch en de 8 basis-structuren van Frans Coppelmans over deze universele spelregels. Het probleem met universele dingen is, dat we niet moeten proberen ze een ander op te leggen, want dat levert alleen maar ellende op zoals de geschiedenis ons leert. Je moet niet voetballen maar als je wilt voetballen, dan moet je wel de regels aanvaarden en het vraagt een zekere mate van consequentheid want je kunt niet al voetballend ineens de spelregels van het hokey gaan hanteren.
Home

Index