Heinz Werner en een aantal experimenten mbt de contour.

Verwezen wordt naar het artikel dat hij in 1935 publiceerde:



Studies on Contour: I. Qualitative Analyses
Heinz Werner The American Journal of Psychology, Vol. 47, No. 1. (Jan., 1935), pp. 40-64.




     
      Het eerste hoofdstuk in het engels als Word-file kunt U hier downloaden.
      Het eerste hoofdstuk vertaald in het Nederlands kunt U hier downloaden.
In het eerste hoofdstuk getiteld: "kwalitatieve analyse" worden een zevental experimenten beschreven.

We zullen proberen de verschillende experimenten op de computer te simuleren.
Verschil met vroeger en de huidige digitale benadering is dat de kwaliteit van de digitale figuren aanzienlijk minder is dan van zeg maar analoge figuren als foto's en dia's die "vroeger" gebruikt werden. Ook tav de aanbiedingsduren die erg kort zijn valt te betwijfelen of de opgegeven tijdsduren ook exact zo weergegeven worden. Maar goed met alle beperkingen en mogelijkheden van dien zullen we proberen de fenomenen zichtbaar te maken.


Experiment 1. De Cirkel-Ring proef
Experiment 2. De Cirkel-Ring proef maar dan met zwart/wit reversie
Experiment 3. De Ring-Cirkel proef
Experiment 4. De Vierkant-Frame proef.
Experiment 5. De proef met hoekige figuren.
Experiment 6. De Cirkel-Ring proef maar dan met spatten op de Ring en de Cirkel
Experiment 7. De Cirkel- Ring proef met de Cirkel kleiner dan de binnencontour van de Ring.
Bespreking 1

Gaan we uit van het artikel zelf dan constateren we vooraf:

Uit het artikel zelf wordt niet duidelijk hoe het gebruikte apparaat eruit zag en hoe het werkt. Wel wordt verwezen naar eerdere publicaties.

Dan wordt niet duidelijk wat de gebruikte tijdseenheid is. Werner gebruikt dit symbool
σ, waar in de simulaties milliseconden van gemaakt werden.

De plaatjes zelf worden wel goed beschreven alleen hoe het er in de pauze's uitzag daar kom je niet achter.
Voorlopige samenvatting:

Om het gebeuren zo zuiver mogelijk te duiden het volgende:

Er is pas sprake van een contour op grond van contrast, maw een overgang van bv zwart naar wit

Nu hebben we verschillende soorten contrasten:
1 een momentaan contrast
2 een contrast in de tijd

een momentaan of gelijktijdigheidscontrast is een contrast dat in het hier en nu bestaat bv een zwart vierkant tov een witte achtergrond.

een contrast in de tijd ontstaat doordat op dezelfde plaats bv eerst een zwart vlak en vervolgens er bv een kleiner wit vlak overheen geprojecteerd wordt

De proeven van Werner in dit kader geplaatst levert het volgende op:

we starten met een zwart vlak
vervolgens komt de eerste figuur bv een zwart vierkant op een witte ondergrond
dan volgt het tweede figuur het frame van het vierkant tegen een witte achtergrond
en als afronding de achtergrond wit.

We lossen zo ook het probleem circulair lineair op;
als we een lineaire sequentie, circulair maken door aan het einde van de lineaire sequentie weer van voren af aan te beginnen dan verliezen we de oriëntatie begin en einde door het begin te markeren als zwart en het einde als wit heffen we dit probleem op.

Demonstratie van deze benadering:

ZwVFWi-500-40-40-500
ZwVFWi-200-40-40-500
               t1                              t2                                      t3                                  t4
Het vaststellen van een contrast of een contour is een eerste stap van: er is daar iets naar de identificatie van dat iets.
Een contour op zich is natuurlijk in de betekenisverlening nog niets. In de bespreking door Werner lijkt het alsof je door de contour, het object al te pakken hebt. Dit is echter een misvatting en een veel voorkomende misvatting. Gé Calis geeft aan dat het probleem zich juist afspeelt voordat er überhaupt sprake is van een object. Als bevestiging van deze stellingname verwijs ik hier naar het artikel "The reconstruction of the Contour" waarin beschreven wordt ahv de wiskunde van Frans Coppelmans, hoe een waarnemend systeem een gegeven contour in dit geval een elips benadert.
De gegevens die in deze benadering van de originele contour naar bovenkomen bepalen welke inhoud de gegeven contour krijgt is het bv. de curve van een blote bil of van een peer. De context wordt meegenomen. Een contour als zodanig zegt niets over dit alles.

Frans Coppelmans spreekt in zijn geschriften over "de onbekende" en dit kunnen we als volgt duiden:
we hebben bv. een doos met inhoud maw een voor de waarnemer onbekende inhoud; we openen de doos en leggen de inhoud op een tafel en benoemen of identificeren de verschillende zaken; vervolgens stoppen we alles weer in de doos, die nu een voor ons bekende inhoud heeft. Dus uiterlijk zijn de eerste en de laatste doos precies hetzelfde maar innerlijk is er bij de waarnemer een verandering opgetreden: de inhoud van de tweede doos is nu bekend. Dit lijkt misschien triviaal maar is het zeker niet
t1   Onbekende
t3  Inhoud                                                                                       als onbekend geheel  
t4  Inhoud
t7  Bekende
t2  vraag
in onderdelen

2 grote schriften
6 potloden
3 balpennen
puntenslijper
gum
en een vulpotlood.
T5 Inhoud                                                                                    bekend in onderdelen
t6  antwoord