Daderherkenning.



Ook in situaties waar misdrijven een rol spelen en waarin slachtoffers een dader moeten herkennen, kan de beschreven methode bruikbare gegevens opleveren.
Als het slachtoffer bv. van een aanranding de dader moet herkennen en tijdens de aanranding is er veel angst in het slachtoffer ontstaan, dan is een directe confrontatie met de mogelijke dader niet aan te raden, omdat het slachtoffer zal proberen de angst, die bij de herkenning zal optreden, te onderdrukken.
Een sterkere en eenduidiger daderherkenning krijgen we, als we de potentiële daders middels een foto heel kort aanbieden, waarna een tweede neutrale foto volgt. Door de korte aanbiedingstijd wordt het onbewuste van het slachtoffer aangesproken en kan er geen bewuste afweer plaatsvinden. De onbewust opgeroepen angst bij het slachtoffer, zorgt ervoor, dat de tweede neutrale foto niet of nauwelijks gezien wordt, als er sprake is van dader eigenschap herkenning ahv. de eerste foto. En zo leveren ons de lage herkenningsscores van de tweede neutrale foto's, aanwijzigingen op omtrent de echte dader.
Deze wijze van dader-herkenning is voor het slachtoffer vele malen minder bedreigend, dan een directe confrontatie met potentiële daders (ook al zit er bv. een glasplaat tussen).

De leugendetector is geen goed apparaat om betrouwbare gegevens van een persoon op tafel te krijgen, omdat middels vraagstelling de bewuste kant van de mens aangesproken wordt en we te maken krijgen met ontkenningsreacties in geval van angst mobilisatie. Nu wordt wel getracht de onbewuste kant van de mens mee te nemen door spierspannings metingen en hartritme veranderingen, echter het onbewuste proces wordt voortdurend beïnvloed door bewuste keuze's. Om betrouwbare gegevens te krijgen dienen we het onbewuste proces zijn gang te laten gaan. Het onbewuste proces kent geen keuze momenten het is puur gebonden aan haar eigen voortgang en dus zeer betrouwbaar in haar uitwerking. In de door Calis ontwikkelde methode kunnen we deze onbewuste kant heel eenvoudig aanspreken en inzetten.


Contact

Home

Index
Leugendetector geeft vals gevoel van veiligheid
De Volkskrant 21/08/07, 00:00

Het gebruik van een leugendetector om tbs'ers al dan niet met verlof te laten gaan, is levensgevaarlijk, vinden Ewout Meijer en Harald Merckelbach.

De Van Mesdagkliniek in Groningen zet al enige tijd de leugendetector in bij de behandeling van tbs'ers. De instelling vertelt nu aan wie het maar horen wil dat de resultaten 'veelbelovend' en 'interessant' zijn. Eindelijk eens goed nieuws uit de tbs-kliniek, zal menige lezer gedacht hebben. Maar wie enigszins thuis is in het wetenschappelijk onderzoek naar leugendetectie zal hartelijk hebben gelachen. Waarom?

Om te beginnen heeft het Van Mesdag-experiment met de leugendetector geen onderzoekgegevens van betekenis opgeleverd. Tot nog toe slaagden de experts van de kliniek er niet in ook maar één artikel over het onderwerp in een peer reviewed tijdschrift gepubliceerd te krijgen. Ofwel er zijn nog onvoldoende gegevens om een conclusie te trekken over het succes van de leugendetector bij tbs'ers, ofwel het Van Mesdag-onderzoek is van een zo slechte kwaliteit dat geen fatsoenlijk tijdschrift zich aan de publicatie ervan waagt. In beide gevallen is het opzichtige mediaoptreden van de Van Mesdag-experts voorbarig.

Wat vonden deze experts nu zo 'veelbelovend' en 'interessant' aan hun bevindingen met de leugendetector? Dat er op grond van het apparaat een paar keer is besloten patiënten niet opnieuw met verlof te sturen? Dat veelbelovend noemen, zou onnozel zijn. Misschien waren het wel volstrekt ongevaarlijke patiënten die achter de tralies moesten blijven.

Of waren de experts vooral tevreden met deze bevinding: bij patiënten die wél op verlof mochten, en na terugkeer werden ondervraagd met de leugendetector bleken zich minder incidenten te hebben voorgedaan tijdens het verlof. Zo werd het gezegd. Maar over die bevinding enthousiast zijn, is reuze naïef. Want hoe weten de experts nu hoeveel incidenten er zijn geweest tijdens het proefverlof? En hoe weten ze dat dit er minder worden als tbs'ers het vooruitzicht hebben aan de leugendetector te worden gekoppeld?

De Van Mesdag-experts geven er geen blijk van vertrouwd te zijn met de onderzoeksliteratuur over leugendetectie. Ze schrijven de leugendetector een betrouwbaarheid toe van 80 tot 90 procent, maar die genereuze claim valt op geen enkele manier hard te maken.

Het idee achter het periodiek ondervragen van tbs'ers met behulp van de leugendetector is niet nieuw. Al geruime tijd bestaan er soortgelijke programma's in de Verenigde Staten. Daar werd in 2002 de leugendetector gebruikt bij 70 procent van de behandelprogramma's voor mensen die zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel misbruik. Onderzoek naar deze programma's leert dat delinquenten inderdaad meer informatie onthullen als er gedreigd wordt met zo'n leugendetector. Het gaat dan bijvoorbeeld om informatie over eerder gepleegde delicten. En inderdaad zou men zulke informatie kunnen gebruiken voor het opstellen van behandelplannen en voor risicotaxatie. Belangrijk is dat dit onderzoek ons ook leert dat criminelen zulke informatie onthullen vanwege de intimiderende werking die van de leugendetector uitgaat. De resultaten hebben dus niets te maken met de betrouwbaarheid van het apparaat, maar met de hightech humbug die het apparaat omgeeft.

'Nou en? Als het maar werkt', denken de Van Mesdag-experts misschien. Dat zou niet alleen zwak, maar ook gevaarlijk zijn. Zwak, omdat binnen de kortste keren in tbs-land de mare zal zijn verspreid dat de leugendetector een trukendoos is, die slechts als psychologisch drukmiddel fungeert. Zijn intimiderende effect zal dan snel wegebben. Vanaf dat moment is het vertrouwen dat de Van Mesdag-experts in het apparaat stellen, gevaarlijk. Het apparaat geeft dan een vals gevoel van veiligheid.

Het minste probleem is nog wel dat een tbs'er ten onrechte een proefverlof wordt ontzegd. Acuter wordt het gevaar als potentiële recidivisten met proefverlof mogen, omdat zij het interview met de leugendetector glansrijk hebben doorstaan. Vanwege hun onverstoorbaarheid en hun vermogen te veinzen en te manipuleren, moet vooral de gevaarlijkste categorie criminelen - de psychopaten - hiertoe in staat worden geacht.

In januari 2006 waren experts van de Van Mesdagkliniek in het tv-programma Zembla om met veel bombarie hun inzet van de leugendetector bij downloaders van kinderporno uit te venten. Tot op de dag van vandaag kunnen wij de resultaten van dat onderzoek nergens in de vakliteratuur nalezen. Ook nu weer zoeken de Van Mesdag-experts de publiciteit, en weer gebeurt dat zonder dat zij kunnen bogen op deugdelijk wetenschappelijk onderzoek. Hiermee onttrekken zij zich aan de wetenschappelijke spelregels van transparantie en controleerbaarheid. Dat is onverstandig voor een instelling die zo'n slechte staat van dienst heeft als het gaat om beleid dat gestoeld is op goed onderzoek.