Het meest een-voudige uitgangs-punt is in mathematische zin één punt

                                      1      
.

De paradox is natuurlijk wel dat deze meest eenvoudige situatie tevens de meest complexe is...ik denk maar even aan het gegeven, dat er in de historie van de mensheid naast de vele goden die men aanbad er ineens sprake was van één God...wat heeft dit niet alles teweeg gebracht...toch heeft de aanvaarding van dat principe dat er één God is enorme consequenties er ontstaat ineens een religieus -sociaal veld dat er daarvoor niet was. Het opleggen van het principe daarentegen heeft nooit veel goeds opgeleverd. Maar ook dichterbij het meer aardse bestaan zijn voorbeelden van deze complexiteit te vinden kijk maar eens naar  b.v. de naam Piet deze Piet is uniek daar is er maar één van doch tegelijkertijd zijn er wel duizenden mensen te vinden die ook Piet heten...we zien hier het verschil tussen inhoudelijk en structureel. Inhoudelijk verschillen de Pieten. Structureel zijn ze gelijk in die zin, dat ze allen de naam Piet hebben.
Geven we deze paradox schematisch weer; dan ziet het er ongeveer zo uit:


                      1  
.        tov   .............. veel


Halen we nu het eerder geformuleerde principe om zo zuinig mogelijk met de vooronderstellingen om te gaan weer terug en plaatsen het gegeven op bovengeschetste situatie; dan ontstaat de vraag: Hoe het vele nu uit het ene ontstaan is? Mensen, die in de natuur werken kennen dit principe al lang; we stoppen 1 zaadje in de grond, uit het zaadje ontstaat een plant; de plant komt in bloei en produceert vervolgens vele zaden. In de praktijk van de techniek worden we vaker met de omgekeerde beweging geconfronteerd bv. hoe maken we van al deze onderdelen een auto... in de praktijk zijn de onderdelen er al en vraagt het inspanning om er een geheel van te maken...in de theorie moet je eerst (met veel inspanning) de onderdelen uit het geheel voort brengen. Binnen het theoretisch bereik kun je namelijk geen vreemde onderdelen toelaten...die passen niet. De praktijk laat wel vreemde onderdelen toe maar dat vraagt dan extra energie om ze in het geheel in te passen. Als het schroefdraad op M3 is afgesteld en je hebt alleen M6 schroeven dan zul je de gaten op M6 moeten aanpassen.
De praktijk laat bv. ook afval toe...je houdt dingen over...wat doe je ermee? weggooien of bewaren...dit wordt zo langzamerhand een van de grootste problemen waar we als mensheid mee geconfronteerd worden...we verdrinken zo ongeveer in ons eigen afval. In het theoretisch kader kan er geen sprake zijn van afval ..alles heeft zijn plaats... als alles goed gaat als het fout gaat dan zeggen we dat iemand er niet meer uit komt, het geestelijk niet meer aankan. Naarmate het theoretisch kader meer druk legt op algemeenheid, universeelheid  wordt het op te lossen probleem groter.


                        
.        ?       .............

                        >>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>

Het accent ligt nu op de overgang van één naar veel. Nu hoeven we hier niet van te schrikken want als we een vaas laten vallen hebben we hetzelfde fenomeen te pakken nl. eerst één vaas daarna duizend stukken en ertussen in iemand die de vaas loslaat. In de natuurwetenschap heeft men ditzelfde gegeven gebruikt om het ontstaan van heelal te verklaren middels de big bang theorie...
Laten we nu de meest zuinige positie innemen en het vele uitwissen tot het aantal dat precies 1 meer is dan onze uitgangspositie:

                       1    
.     ?      ..  twee punten
                        >>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>

Hoe zouden we deze overgang nu kunnen benoemen de meest voor de hand liggende beschrijving is er heeft een deling plaatsgevonden. bv. eerst hadden we één appel en nu na het doormiddensnijden hebben we twee stukken appel. Vervolgens kunnen we deze handeling herhalen of de deling op de twee punten opnieuw uitvoeren en dan hebben we 4 punten etc totdat we weer een massa punten hebben. Deze herhaalde deling is een soort generator geworden. Nu is dit tevens het beeld van de draak je slaat er één kop af en er komen er twee voor terug. Als we bovengenoemde situatie goed weergeven dan zou het er eigenlijk zo uit moeten zien:

                                         
?      ..
                      >>>>>>>>>>>>>>>>>>

M.a.w. door de deling is het eerste punt ons uitgangspunt verdwenen en nu kunnen we het resultaat van de deling op twee manieren omschrijven:
- we benoemen de afzonderlijke punten
- we benoemen het geheel
Doen we het eerste dan blijven we op het niveau van ons uitgangspunt we hebben er alleen een naamgever(nominaal-niveau) bij.
Doen we het tweede dan moeten we iets nieuws verzinnen nl twee punten als een geheel beschrijven. Dit kan als we de twee punten als eindpunten van een lijnstuk beschouwen, een afstand dus maar hoe groot is dat lijnstuk dan? of hoe groot is die afstand? In de praktijk levert dit een concreet antwoord op nl 50 km als het gaat om de afstand tussen Arnhem en Utrecht en als het om relaties gaat..hoe ver staan jullie van elkaar af? of hoe dicht staan jullie bijelkaar maar hier is geloof ik nog geen maateenheid voor gevonden....
Theoretsich krijg je geen antwoord op deze vraag want theoretisch gaat het over alle mogelijke afstanden dus we kunnen deze nieuwe verhouding het beste omschrijven als een elastiekje oftewel een variabele. De schrijfwijze wordt dan 
2( ) en als het voor de zichtbaarheid wel concreet moet worden dan schrijven we bv.  2(2) met als aanduiding tussen de haakjes de concrete afstand van de twee punten in dit geval 2 centimeter of afhankelijk van het land waar je woont 2 yards of cultuur 2 duim.

Volgende                                                                        Terug

 Volgende
Home

Index